🇬🇧

Trots

Basic usage

'Trots' is in de eerste plaats een bijvoeglijk naamwoord dat 'proud' betekent. Het wordt vaak gecombineerd met 'op' om aan te geven waarop de trots betrekking heeft. Deze combinatie is zo gebruikelijk dat het soms lijkt alsof 'trots' een voorzetsel is, maar dat is niet het geval.

Het woord 'trots' is geen voorzetsel in het Nederlands, maar een bijvoeglijk naamwoord (adjectief) dat 'proud' betekent. Het wordt soms verward met een voorzetsel omdat het in combinatie met 'op' gebruikt wordt om uitdrukking te geven aan trots zijn op iets of iemand.

Common usage patterns

  • Trots zijn op (iemand/iets)

    'Trots' wordt bijna altijd gevolgd door 'op' wanneer je wilt zeggen dat je trots bent op iets of iemand. Het is een vaste combinatie.

  • Bijvoeglijk naamwoord (zonder 'op')

    Als bijvoeglijk naamwoord kan 'trots' zelfstandig gebruikt worden om een eigenschap van een persoon of ding te beschrijven, zonder 'op'.

Verb combinations

  • zijn

    Trots zijn op iets of iemand.

  • voelen

    Trots voelen over iets.

  • lijken

    Er trots uitzien of overkomen.

Important notes

  • usage:'Trots op' is een vaste uitdrukking en wordt altijd gebruikt om aan te geven waarop de trots betrekking heeft. Zonder 'op' is 'trots' een bijvoeglijk naamwoord.
  • register:'Trots op' wordt in alle registers gebruikt: informeel, neutraal en formeel. Het is een veelvoorkomende uitdrukking in het dagelijks Nederlands.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.