(Bij het noemen van een hoeveelheid of aantal.)
Er waren tweehonderd mensen op het feest.
Deze jas kost tweehonderd euro.
Ik heb tweehonderd euro gespaard.
Het dorp ligt op tweehonderd meter van hier.
Dit kasteel is meer dan tweehonderd jaar oud.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Om een grote hoeveelheid aan te duiden.)
Er stonden tweehonderden fans voor de ingang.
Tweehonderden bezoekers bezochten de tentoonstelling.
Tweehonderden mensen tekenden de petitie.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.