Verb
Auxiliary Verb
hebben (in de voltooid deelwoord vorm)
regelmatig
Het werkwoord geeft een innerlijke strijd aan over onzekerheid.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie