U
Personal
Onderwerp (subject) en lijdend voorwerp (object) in formele situaties. Gebruikt voor 'jij' of 'jullie' als je beleefd wilt zijn.
Na een voorzetsel (preposition).
Possessive
Bezittelijk voornaamwoord (possessive pronoun) in formele situaties. Betekent 'jouw' of 'jullie'.
Personal
Wederkerend voornaamwoord (reflexive pronoun) voor 'u' in formele situaties. Gebruikt als het onderwerp en object dezelfde persoon zijn.
Position rules
Onderwerp (subject) staat meestal vooraan in de zin.
'U' komt vaak direct na de punt of aan het begin van een vraag.
Lijdend voorwerp (object) komt na het werkwoord.
'U' als object staat na het hoofdwerkwoord of hulpwerkwoord.
Wederkerend voornaamwoord staat direct na het onderwerp of werkwoord.
'Zich' komt direct na 'u' of na het werkwoord in een vraag.
Bezittelijk voornaamwoord staat voor het zelfstandig naamwoord.
'Uw' komt altijd vóór het woord dat het bezit aangeeft.
Important notes
- usage:'U' gebruik je tegen oudere mensen, onbekenden, of in formele situaties (bijv. op het werk). Tegen vrienden of kinderen gebruik je 'jij' of 'jullie'.
- formal:'U' is altijd formeel. Het werkwoord krijgt vaak dezelfde vorm als voor 'hij/zij/het' (bijv. 'u hebt', 'u bent').
- informal:In informele situaties (bijv. met vrienden) gebruik je 'jij' of 'jullie' in plaats van 'u'.
- usage:Veelvoorkomende combinaties met 'u': 'Hoe gaat het met u?', 'Kan ik u helpen?', 'Dank u wel'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.