Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, vaak gebruikt in contexten van fysieke reacties (braken) of uitbarstingen (bijv. vulkanen, emoties)
Het werkwoord 'uitbraken' kan zowel letterlijk (braken) als figuurlijk (bijv. een uitbarsting van emoties of een vulkaan) gebruikt worden. In de figuurlijke betekenis is het vaak sterker dan 'uitbarsten'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De baby braakt vaak uit na het drinken van melk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren braakte hij uit na het eten van bedorven vis.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je je niet goed voelt, moet je uitbraken.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
De vulkaan is gisteren uitgebarsten, maar gelukkig is er niemand gewond geraakt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Braak uit als je misselijk bent!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.