NEDERLANDS
🇬🇧

Uitbraken

Verb

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord, vaak gebruikt in contexten van fysieke reacties (braken) of uitbarstingen (bijv. vulkanen, emoties)

Het werkwoord 'uitbraken' kan zowel letterlijk (braken) als figuurlijk (bijv. een uitbarsting van emoties of een vulkaan) gebruikt worden. In de figuurlijke betekenis is het vaak sterker dan 'uitbarsten'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De baby braakt vaak uit na het drinken van melk.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren braakte hij uit na het eten van bedorven vis.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je je niet goed voelt, moet je uitbraken.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • De vulkaan is gisteren uitgebarsten, maar gelukkig is er niemand gewond geraakt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Braak uit als je misselijk bent!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.