(dagelijkse verzorging van een hond)
Ik moet de hond nog even uitlaten voor ik naar bed ga.
Mijn buurvrouw laat elke ochtend haar hond uit in het park.
Laat jij de hond vanavond uit of doe ik het?
Gisteren liet ik de hond wat later uit dan normaal.
Ik heb de hond al uitgelaten, dus je hoeft niet meer naar buiten.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(wanneer bezoek naar huis gaat)
Ik laat je even uit, dan kun je je fiets pakken.
Hij liet zijn gasten hartelijk uit en zwaaide ze nog na.
Zal ik jullie even uitlaten?
(publieke uitspraken, meestal met 'zich ... over')
De minister wilde zich nog niet uitlaten over het akkoord.
Hij heeft zich kritisch uitgelaten over het nieuwe beleid.
De directeur heeft zich niet willen uitlaten over de kwestie.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.