Uitvoeren
VerbInfinitief
Om het project te voltooien moeten we eerst het plan uitvoeren.
Tegenwoordig deelwoord
De uitvoerende artiest droeg een prachtig kostuum.
De uitvoerende directeur gaf een speech op de bijeenkomst.
Voltooid deelwoord
Het onderzoek is onlangs uitgevoerd door een gerenommeerd instituut.
Tegenwoordig deelwoord
De uitvoer van goederen is gestegen dit kwartaal.
Gebiedende wijs
jij / je, u
Voer de instructies zorgvuldig uit.
jij / je, u
Voert u het project uit zoals gepland?
Aanvoegende wijs
Ik hoop dat hij het plan uitvoere zoals we hebben besproken.
Hij wenst dat zij dit project voere uit met veel zorg.
Verleden tijd
ik, jij / je, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Ik voerde de gegevens in tijdens de vergadering.
wij / we, jullie
Wij voerden de experimenten zorgvuldig uit.
jij / je, u, hij, zij / ze, het
Zij voerden de opdracht naar tevredenheid uit.
ik, jij / je, hij, zij / ze, het
Hij voerde zijn taken goed uit.