(iets onderzoeken of nakijken)
Ik zoek even uit hoe laat de trein vertrekt.
We moeten nog uitzoeken wat er precies is misgegaan.
Ik zoek het wel even voor je uit.
We hebben uitgezocht welke verzekering het voordeligst is.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iets uitkiezen in een winkel of uit een verzameling)
Mag ik zelf een cadeautje uitzoeken in de winkel?
Zij heeft de mooiste bloemen uit het boeket uitgezocht.
De kinderen zoeken zelf hun ijsje uit.
Mijn moeder zocht een nieuwe jas voor mij uit.
(rommel of stapels op orde brengen)
Ik moet vandaag mijn oude kleren uitzoeken.
Hij zocht de papieren uit en gooide de helft weg.
Zoek je rommel eens uit, je kamer is een chaos!
Ik heb alle foto's uitgezocht en in albums gedaan.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.