(onderwijs)
Wiskunde is mijn favoriete vak op school.
Hoeveel vakken heb je dit jaar op het rooster?
Engels is een verplicht vak op de middelbare school.
Welk vak vond jij vroeger het moeilijkst?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(meubels en opbergen)
Leg de bekers maar in het bovenste vak van de kast.
In dit vak van mijn tas bewaar ik mijn paspoort.
De schoenen liggen in het onderste vak van de schoenenkast.
(werk)
Hij is echt een meester in zijn vak.
Mijn opa heeft het vak van timmerman geleerd.
Zij heeft jarenlang in het vak gezeten en kent iedereen.
In ons vak is een goede samenwerking tussen collega's essentieel.
(indeling)
Zet een kruisje in het juiste vak van het formulier.
Je moet je auto netjes tussen de witte lijnen van het vak parkeren.
Doe even dat laatste vakje nog, dan is de hele puzzel klaar.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.