(Bij geld, documenten of namen die zijn vervalst.)
De kassière zag meteen dat het biljet vals was.
Hij gaf een valse naam op bij de receptie.
De politie ontdekte een stapel valse paspoorten in de kofferbak.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Meestal over honden of andere dieren, soms over mensen.)
Pas op, die hond is vals en bijt zomaar.
Ze keek hem met een valse blik aan.
Die kat is vals als je te dicht bij haar jongen komt.
(Bij spelletjes, sport of wedstrijden.)
Mijn broer speelt altijd vals met kaarten.
De scheidsrechter gaf een gele kaart voor een valse start.
Als je vals speelt, doen we niet meer mee.
(In muziek, bij zingen of een instrument.)
De gitaar klinkt vals, hij moet gestemd worden.
Hij zingt altijd een beetje vals onder de douche.
De piano staat zo vals dat het pijn doet aan je oren.
(Bij beschuldigingen, indrukken of informatie.)
Dat is een valse beschuldiging, ik was er niet bij.
De reclame geeft een valse indruk van het product.
Hij heeft een valse verklaring afgelegd bij de rechter.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.