Attributive forms
Als je 'vals' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je 'valse'. Bijvoorbeeld: 'de valse kat' of 'een valse opmerking'. Bij onzijdige woorden zonder lidwoord gebruik je 'vals', zoals in 'vals geld'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'vals'. Bijvoorbeeld: 'De kat is vals' of 'De opmerking blijkt vals'.
Comparative
Om te zeggen dat iets of iemand valser is dan iets of iemand anders, gebruik je 'valser'. Bijvoorbeeld: 'Deze kat is valser dan die andere'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'valste' voor een zelfstandig naamwoord, zoals in 'de valste kat'. Als het niet bij een zelfstandig naamwoord staat, gebruik je 'valst', zoals in 'Dit is het valst'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- irregular:De overtreffende trap 'valst' wordt zelden gebruikt in de spreektaal. Vaak wordt 'meest vals' gebruikt in plaats van 'valst'.
- usage:'Vals' kan zowel letterlijk (bijv. valse tanden) als figuurlijk (bijv. een valse opmerking) gebruikt worden.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.