(aangeven wanneer iets start of van kracht wordt)
Vanaf morgen werk ik vier dagen per week.
De winkel is vanaf negen uur open.
Vanaf volgende week gaan we elke ochtend samen hardlopen.
Vanaf het moment dat hij binnenkwam, wist ik dat er iets mis was.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een vertrek- of startpunt in de ruimte noemen)
Vanaf het station loop je tien minuten naar het centrum.
Je hebt een mooi uitzicht vanaf de bovenste verdieping.
We zagen de zonsondergang vanaf het balkon.
Vanaf Amsterdam rijdt er elk half uur een trein naar Utrecht.
(een minimumprijs, minimumleeftijd of ondergrens noemen)
Deze schoenen kosten vanaf vijftig euro.
De film is geschikt voor kinderen vanaf twaalf jaar.
Een kamer in dit hotel is te boeken vanaf tachtig euro per nacht.
Je mag pas meedoen vanaf achttien jaar.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.