NEDERLANDS
🇬🇧

Vastbesloten

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'vastbesloten' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, blijft het meestal hetzelfde. Bijvoorbeeld: 'de vastbesloten man' of 'een vastbesloten plan'. Het verandert niet voor het-woorden of de-woorden.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vastbesloten'. Bijvoorbeeld: 'Hij is vastbesloten' of 'Zij wordt vastbesloten'.

Comparative

Als je wilt zeggen dat iemand meer vastbesloten is dan een ander, gebruik je 'vastbeslotener'. Bijvoorbeeld: 'Zij is vastbeslotener dan haar vriendin'.

Base form
With "dan"

Superlative

Als je wilt zeggen dat iemand het meest vastbesloten is, gebruik je 'vastbeslotenst' (na 'zijn') of 'vastbeslotenste' (vóór een zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: 'Hij is het vastbeslotenst' of 'de vastbeslotenste sporter'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • irregular:'Vastbesloten' is een samengesteld adjectief en verandert niet in de stellende trap voor het- en de-woorden (het blijft 'vastbesloten').
  • spelling:In de vergrotende en overtreffende trap krijgt 'vastbesloten' soms een extra '-e' of '-er' achter het woord (bijv. 'vastbeslotener', 'vastbeslotenste').

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.