Attributive forms
Als je 'vastbesloten' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, blijft het meestal hetzelfde. Bijvoorbeeld: 'de vastbesloten man' of 'een vastbesloten plan'. Het verandert niet voor het-woorden of de-woorden.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vastbesloten'. Bijvoorbeeld: 'Hij is vastbesloten' of 'Zij wordt vastbesloten'.
Comparative
Als je wilt zeggen dat iemand meer vastbesloten is dan een ander, gebruik je 'vastbeslotener'. Bijvoorbeeld: 'Zij is vastbeslotener dan haar vriendin'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als je wilt zeggen dat iemand het meest vastbesloten is, gebruik je 'vastbeslotenst' (na 'zijn') of 'vastbeslotenste' (vóór een zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: 'Hij is het vastbeslotenst' of 'de vastbeslotenste sporter'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- irregular:'Vastbesloten' is een samengesteld adjectief en verandert niet in de stellende trap voor het- en de-woorden (het blijft 'vastbesloten').
- spelling:In de vergrotende en overtreffende trap krijgt 'vastbesloten' soms een extra '-e' of '-er' achter het woord (bijv. 'vastbeslotener', 'vastbeslotenste').
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.