Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord met scheidbaar voorvoegsel 'vast-'
Het werkwoord 'vastmaken' betekent het bevestigen of verbinden van iets aan iets anders, vaak met de bedoeling dat het niet losraakt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik maak de boot aan de kade vast.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de deur vastgemaakt?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Maak de riem vast voordat we vertrekken.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij maakte de schilderijen aan de muur vast.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.