NEDERLANDS
🇬🇧

Vastzitten

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig, scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'vastzitten' kan zowel letterlijk (fysiek vastzitten) als figuurlijk (mentaal of situationeel vastzitten) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik zit vast in de lift.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren zat ik vast in de file.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Ik heb uren vastgezeten in de trein.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Het is vervelend dat je vastzit in die situatie.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.