(bij het tellen, bij leeftijden, hoeveelheden en tijdstippen)
Mijn dochter is veertien jaar oud.
Er zitten veertien leerlingen in de klas.
Ik heb veertien euro in mijn portemonnee.
De vergadering begint om veertien uur precies.
Over veertien dagen ga ik op vakantie naar Spanje.
Het team bestaat uit veertien spelers en drie coaches.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.