(op het werk of in een team een taak of gebied beheren)
Zij is verantwoordelijk voor de marketing van ons bedrijf.
De leraar is verantwoordelijk voor de veiligheid van de kinderen.
Ik ben verantwoordelijk voor het koken van het avondeten.
Als projectleider ben je eindverantwoordelijk voor het resultaat van het team.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(uitleg geven over wie of wat iets veroorzaakt heeft)
De storm is verantwoordelijk voor de schade aan het dak.
Wie is er verantwoordelijk voor dit ongeluk?
De regen was verantwoordelijk voor de vertraging van de trein.
Roken is verantwoordelijk voor veel gezondheidsproblemen.
(over iemand met een serieuze en volwassen houding)
Hij is een verantwoordelijke jongen die altijd op tijd komt.
Je moet verantwoordelijk omgaan met geld.
Mijn dochter wordt steeds verantwoordelijker nu ze ouder wordt.
Een verantwoordelijke hondenbezitter ruimt altijd de poep op.
(in de politiek of op het werk uitleg geven aan een hoger iemand)
De minister is verantwoordelijk tegenover het parlement.
Elke manager is verantwoordelijk aan de directeur.
De burgemeester is politiek verantwoordelijk voor de veiligheid in de stad.
Wij willen weten wie hiervoor verantwoordelijk wordt gehouden.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.