NEDERLANDS
🇬🇧

Verbazen

VerbA1

Auxiliary verb

hebben

reflexief werkwoord (zich verbazen)

Het werkwoord 'verbazen' wordt vaak reflexief gebruikt (zich verbazen) om uitdrukking te geven aan verbazing of verrassing.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik verbaas me over hoe snel je Nederlands hebt geleerd.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij verbaasde zich over de prachtige architectuur in Rotterdam.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij zijn verbaasd over de resultaten van het onderzoek.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verbaas je niet als het morgen regent!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.