NEDERLANDS
🇬🇧

Verbieden

VerbA1

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig, overgankelijk werkwoord

Wordt vaak gebruikt in formele contexten, zoals wetten, regels of instructies. Kan ook een sterke emotionele lading hebben, afhankelijk van de toon.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De overheid verbiedt het dumpen van afval in de rivier.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Mijn ouders hebben mij verboden om met vreemden mee te gaan.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De leraar verbood de leerlingen om tijdens de toets te praten.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Verbied je kinderen om zonder helm te fietsen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.