Auxiliary verb
hebben
onregelmatig, overgankelijk werkwoord
Wordt vaak gebruikt in formele contexten, zoals wetten, regels of instructies. Kan ook een sterke emotionele lading hebben, afhankelijk van de toon.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De overheid verbiedt het dumpen van afval in de rivier.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Mijn ouders hebben mij verboden om met vreemden mee te gaan.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De leraar verbood de leerlingen om tijdens de toets te praten.
verleden tijd, aantonende wijs
Verbied je kinderen om zonder helm te fietsen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.