hebben
werkwoord
verduidelijkt het proces van verdwijnen
Ik wil leren hoe ik goed kan verdwijnen.
De verdwijnende zon gaf de lucht een mooie kleur.
De verdwijnende wolken maken de lucht helder.
ik
Als ik ga verdwijn, zullen ze me niet vinden.
jij / je
Jij verdwijnt altijd als het druk is.
u
U verdwijnt als een schaduw in het donker.
hij
Hij verdwijnt in de menigte.
zij / ze
Zij verdwijnt vaak tijdens de pauze.
het
Het licht verdwijnt langzaam.
wij / we
Wij verdwijnen meestal in de natuur.
jullie
Jullie verdwijnen te snel om te volgen.
Ik verdween uit het zicht.
Jij verdween zonder een woord te zeggen.
U verdween als een schim in de nacht.
Hij verdween toen de lichten uitgingen.
Zij verdween uit de stad.
Het boek verdween uit de kast.
Wij verdwenen in de mist.
Jullie verdwenen te snel.
De sterren zijn verdwenen omdat het licht zo fel is.
Verdwijn uit mijn zicht!
Verdwijnt nu alsjeblieft.
Ik hoop dat jij verdwijnt in de mist.