Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, overgankelijk
Het werkwoord 'vergeven' drukt vaak een emotionele of morele handeling uit waarbij iemand een fout of overtreding niet langer kwalijk neemt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik vergeef je deze keer, maar doe het niet nog een keer.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij vergaf zijn vriend na een lang gesprek.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft hem nooit vergeven voor wat hij heeft gedaan.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vergeef me alsjeblieft!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.