Verlaten
Auxiliary verb
hebben
Sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd: a -> ie).
Het werkwoord 'verlaten' kan zowel letterlijk (een plaats verlaten) als figuurlijk (een persoon of situatie achterlaten) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Examples
Ik verlaat het huis om acht uur 's ochtends.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij verliet haar baan om te gaan reizen.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je de stad al verlaten?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verlaat de kamer voordat de les begint.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.