Verlaten
Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, overgankelijk
Het werkwoord 'verlaten' kan zowel letterlijk (een plaats verlaten) als figuurlijk (iemand in de steek laten) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik verlaat het huis om acht uur 's ochtends.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij verlieten de stad na het concert.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je het feest al verlaten?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verlaat de kamer onmiddellijk!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is beter dat je het gebouw verlate voordat het donker wordt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.