Auxiliary verb
hebben
reflexief werkwoord (zich verloven)
Het werkwoord 'verloven' wordt bijna altijd reflexief gebruikt (zich verloven) en betekent 'zich officieel verbinden aan iemand om later te trouwen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik verloof me volgende maand met mijn vriend.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij hebben zich vorig jaar verloofd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verloof je met hem als je van hem houdt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij hoopt dat zij zich met hem zal verloven.
toekomende tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat jullie je eerst verloven voordat jullie trouwen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.