NEDERLANDS
🇬🇧

Verloven

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

reflexief werkwoord (zich verloven)

Het werkwoord 'verloven' wordt bijna altijd reflexief gebruikt (zich verloven) en betekent 'zich officieel verbinden aan iemand om later te trouwen'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik verloof me volgende maand met mijn vriend.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij hebben zich vorig jaar verloofd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verloof je met hem als je van hem houdt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij hoopt dat zij zich met hem zal verloven.

    toekomende tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat jullie je eerst verloven voordat jullie trouwen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.