Auxiliary verb hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord wordt vaak gebruikt in juridische context.
Infinitief Ik wil de daden veroordelen.
Tegenwoordig deelwoord Hij is de situatie veroordelend aan het bekijken.
zij / ze
De veroordelende uitspraak was hard.
Tegenwoordig deelwoord ik
Ik veroordeel geweld altijd.
jij / je, u
Jij veroordeelt de acties van de groep.
hij, zij / ze, het
Hij veroordeelt de ongelijkheid in de samenleving.
wij / we
Wij veroordelen de schendingen van mensenrechten.
jullie
Jullie veroordelen niet alles zonder bewijs.
Verleden tijd ik
Ik veroordeelde de slechte behandeling van de dieren.
jij / je, u
Jij veroordeelde de situatie als onaanvaardbaar.
hij, zij / ze, het
Hij veroordeelde de misdaad onmiddellijk.
wij / we
Wij veroordeelden de plannen van de regering.
jullie
Jullie veroordeelden de misstanden in het rapport.
Voltooid deelwoord Hij is door de rechtbank veroordeeld.
Aanvoegende wijs Laat ons hopen dat hij niet veroordeeld wordt.
Gebiedende wijs Veroordeel nooit iemand zonder bewijs!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.