🇬🇧

Vertrouwen

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'vertrouwen' drukt een gevoel van zekerheid of geloof in iemand of iets uit. Het kan zowel op personen als op abstracte zaken zoals systemen of informatie betrekking hebben.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Examples

  • Ik vertrouw mijn collega volledig.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij vertrouwde de informatie niet en controleerde het nog een keer.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben elkaar altijd vertrouwd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vertrouw op je gevoel!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.