Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'verwachten' drukt een verwachting of aanname uit over iets dat in de toekomst zal gebeuren.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik verwacht dat je op tijd komt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij verwachtte een telefoontje, maar het kwam niet.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je de post al verwacht?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verwacht niet dat alles vanzelf gaat.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.