(voorspellen wat er komt)
Ik verwacht dat het morgen gaat regenen.
We verwachten veel gasten op het feest.
Ik verwacht haar rond acht uur.
Wat verwacht je van deze film?
Ze verwachtte een kort gesprek, maar het duurde uren.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(op iemand of iets rekenen)
Mijn baas verwacht veel van mij op kantoor.
Rond zeven uur verwachten we de pakketbezorger.
Ik had meer steun van mijn collega's verwacht.
De directeur verwacht het rapport uiterlijk vrijdag op zijn bureau.
(zwangerschap)
Mijn zus verwacht in juni haar eerste kindje.
Ze verwachten een tweeling in de zomer.
Hoor je het al? Lisa en Tom verwachten een kindje!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.