(Bij het noemen van een aantal, leeftijd, prijs of tijdstip.)
Mijn zus wordt volgende week vijfentwintig jaar.
Een kaartje voor het concert kost vijfentwintig euro.
Er stonden vijfentwintig mensen in de rij voor de bakker.
De trein vertrekt om kwart over acht, dus over vijfentwintig minuten.
We hebben vijfentwintig jaar getrouwd gevierd met een groot feest.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.