(bij het tellen, rekenen of aangeven van een aantal of bedrag)
Er waren vijfhonderd mensen op het concert.
Dat boek kost vijfhonderd euro.
Ik heb vijfhonderd euro gespaard.
De zaal biedt plaats aan vijfhonderd bezoekers.
Vorig jaar hebben we vijfhonderd boeken verkocht.
Het bedrijf investeerde vijfhonderd miljoen in het nieuwe project.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.