Adjective

Attributive Forms

💡Als je zegt 'de vlakke tafel', gebruik je het woord 'vlak' vóór het zelfstandig naamwoord. Dit laat zien dat de tafel geen hobbels heeft.

With Definite Article
de vlakke / het vlakke
"De vlakke tafel is makkelijk om op te schrijven."
With Indefinite Article
een vlakke
"Ik heb een vlakke kaart nodig."
Without Article
vlak
"De grond is vlak."

Predicative Form

💡Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'vlak': De tafel is vlak, wat betekent dat hij recht is en geen verhogingen heeft.

vlak
"De tafel is vlak."

Comparative

💡Bij de vergrotende trap gebruik je 'vlakker' om te vergelijken. Bijvoorbeeld: 'de vloer is vlakker dan de muur'. Dat betekent dat de vloer meer gelijk is dan de muur.

Base Form
vlakker
"Deze vloer is vlakker dan die andere."
With "dan"
vlakker
"De nieuwe vloer is vlakker."

Superlative

💡Voor de overtreffende trap gebruik je 'vlakste'. Bijvoorbeeld: 'de vlakste oppervlakte is die van de tafel', wat de meest vlakke oppervlak aangeeft.

Attributive
vlakste
"Dit is de vlakste tafel in de winkel."
Predicative
vlakst
"Deze tafel is het vlakst van allemaal."

Important Notes

  • usage:'Vlak' wordt gebruikt om iets aan te duiden dat niet verhoogd of ongelijk is.
  • spelling:De vormen voor de vergrotende en overtreffende trap worden gevormd met '-er' en '-st'.