(Op reis gaan met het vliegtuig en een plek boeken aan boord.)
Ik heb een vliegticket naar Barcelona geboekt voor volgende maand.
De vliegtickets zijn deze zomer duurder dan normaal.
Mijn vliegticket kostte maar honderd euro.
Heb je het vliegticket al op je telefoon gedownload?
We hebben gisteren onze vliegtickets naar Thailand geboekt.
Zonder geldig vliegticket en paspoort kom je de douane niet door.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.