(op de vloer)
De kinderen spelen op de vloer van de woonkamer.
Onze nieuwe vloer is gemaakt van hout.
Er ligt een groot tapijt op de vloer.
De vloer van de keuken is van tegels.
Ik heb vanochtend de hele vloer gedweild.
Vroeger lag er hout op de vloer, nu liggen er tegels.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(op de dansvloer)
Iedereen ging na het eten meteen naar de dansvloer.
Op de werkvloer is goede samenwerking heel belangrijk.
Op de werkvloer gelden duidelijke afspraken.
Met die opmerking veegde hij de vloer aan met zijn collega.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.