🇬🇧

Vol

Attributive forms

Als je 'vol' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'volle'. Bijvoorbeeld: 'de volle fles' of 'een volle beker'. Na 'het' zonder lidwoord gebruik je soms gewoon 'vol', zoals in 'iets vol'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vol'. Bijvoorbeeld: 'De zaal is vol' of 'De emmer wordt vol'.

Comparative

Om te zeggen dat iets meer vol is dan iets anders, gebruik je 'voller'. Bijvoorbeeld: 'Deze emmer is voller dan die emmer'. Je kunt ook 'voller dan' gebruiken: 'Mijn tas is voller dan jouw tas'.

Base form
With "dan"

Superlative

Om te zeggen dat iets het meest vol is, gebruik je 'volst' of 'volste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'volste': 'Dit is de volste doos'. Zonder zelfstandig naamwoord gebruik je 'volst': 'Deze doos is het volst'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • irregular:'Vol' heeft een onregelmatige overtreffende trap: 'volst' in plaats van 'volst(e)'.
  • usage:'Vol' kan zowel letterlijk (een volle tas) als figuurlijk (een volle agenda) gebruikt worden.
  • spelling:In de stellende trap krijgt 'vol' een '-e' in attributieve positie (volle), behalve na 'het' zonder lidwoord (bijv. 'iets vol').

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.