Vreselijk

Adjective

Attributive Forms

💡Als je zegt 'de vreselijke film' of 'een vreselijke dag', gebruik je 'vreselijke' vóór het zelfstandig naamwoord.

With Definite Article
de vreselijke
"De vreselijke film was heel saai."
With Indefinite Article
een vreselijke
"Een vreselijke storm kwam eraan."
Without Article
vreselijk
"Het was vreselijk weer vandaag."

Predicative Form

💡Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'vreselijk': De film is vreselijk.

vreselijk
"De film was vreselijk."

Comparative

💡Als je iets vergelijkt, gebruik je 'vreselijker': Dit is vreselijker dan dat.

Base Form
vreselijker
"Dit boek is vreselijker dan dat boek."
With "dan"
vreselijker dan
"Hij is vreselijker dan zij."

Superlative

💡Als iets het ergste is, gebruik je 'vreselijkst': Dat is het vreselijkst.

Attributive
de vreselijkste
"Dit is de vreselijkste tijd van het jaar."
Predicative
vreselijkst
"Dat was het vreselijkst wat ik ooit heb meegemaakt."