(Over het weer praten)
Het waait vandaag heel hard buiten.
Gisteren woei het zo erg dat de bomen bewogen.
Het waait hard op het water.
Vorige week woei het drie dagen achter elkaar.
Het heeft de hele nacht gewaaid.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Iets dat de wind verplaatst)
De bladeren waaien over de stoep.
Mijn hoed is van mijn hoofd gewaaid.
De kranten waaien door de tuin.
Haar sjaal waaide in het water.
(Een frisse neus halen)
Ik ga even op het strand waaien.
We waaien graag uit na een lange werkdag.
Kom, laten we even lekker gaan waaien op de dijk.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.