Wachten
Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'wachten' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand tijdelijk stopt met handelen totdat iets of iemand arriveert of een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik wacht op mijn beurt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft lang op de trein gewacht.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij wachtten buiten in de kou.
verleden tijd, aantonende wijs
Wacht hier tot ik terugkom.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.