🇬🇧

Wachten

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'wachten' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand tijdelijk stopt met handelen totdat iets of iemand arriveert of een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik wacht op mijn beurt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft lang op de trein gewacht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij wachtten buiten in de kou.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wacht hier tot ik terugkom.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.