🇬🇧

Wagen

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'wagen' drukt vaak een zekere mate van risico of onzekerheid uit. Het wordt gebruikt wanneer iemand iets durft te doen ondanks mogelijke gevaren of onzekerheden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik waag het niet om zonder paraplu naar buiten te gaan, het regent zo hard!

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft haar mening gewaagd tijdens de vergadering.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Waagden jullie het echt om zonder kaartjes naar het concert te gaan?

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Men zegt dat hij zijn leven waagt voor zijn overtuigingen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.