Wagen
Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'wagen' drukt vaak een zekere mate van risico of onzekerheid uit. Het wordt gebruikt wanneer iemand iets durft te doen ondanks mogelijke gevaren of onzekerheden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik waag het niet om zonder paraplu naar buiten te gaan, het regent zo hard!
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft haar mening gewaagd tijdens de vergadering.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Waagden jullie het echt om zonder kaartjes naar het concert te gaan?
verleden tijd, aantonende wijs
Men zegt dat hij zijn leven waagt voor zijn overtuigingen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.