NEDERLANDS
🇬🇧

Waken

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord

Het werkwoord 'waken' betekent het actief in de gaten houden of bewaken van iets of iemand, vaak met een gevoel van zorg of verantwoordelijkheid. Het kan zowel letterlijk (bijv. over een patiënt waken) als figuurlijk (bijv. over iemands veiligheid waken) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik waak elke nacht over de slapende kinderen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de hele nacht gewaakt bij zijn zieke hond.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Waak goed over je spullen in de trein!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij waakte over de geheimen van het bedrijf.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat iemand wake over de veiligheid van de kinderen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.