Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord
Het werkwoord 'waken' betekent het actief in de gaten houden of bewaken van iets of iemand, vaak met een gevoel van zorg of verantwoordelijkheid. Het kan zowel letterlijk (bijv. over een patiënt waken) als figuurlijk (bijv. over iemands veiligheid waken) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik waak elke nacht over de slapende kinderen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele nacht gewaakt bij zijn zieke hond.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Waak goed over je spullen in de trein!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij waakte over de geheimen van het bedrijf.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat iemand wake over de veiligheid van de kinderen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.