Adjective

Attributive Forms

💡Als je zegt 'de wakkere man' of 'een wakkere vrouw', gebruik je 'wakkere' vóór het zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iemand wakker is.

With Definite Article
de wakkere
"De wakkere man leest zijn boek."
With Indefinite Article
een wakkere
"Een wakkere vrouw maakt koffie."
Without Article
wakkere
"Wakkere kinderen willen spelen."

Predicative Form

💡Na 'zijn' gebruik je altijd 'wakker': De man is wakker wanneer hij leest.

wakker
"De man is wakker."

Comparative

💡Als je zegt 'wakkerder', vergelijk je twee personen. Bijvoorbeeld, 'Zij is wakkerder dan hij' betekent dat zij meer wakker is.

Base Form
wakkerder
"Zij is wakkerder dan hij."
With "dan"
wakkerder
"Het meisje is wakkerder dan de jongen."

Superlative

💡Als je zegt 'de wakkerste', geef je aan dat iemand de meeste wakker is in de groep. Bijvoorbeeld, 'Hij is de wakkerste van ons allemaal'.

Attributive
de wakkerste
"De wakkerste persoon is de leraar."
Predicative
wakkerst
"Hij is de wakkerst van ons allemaal."

Important Notes

  • spelling:De vormen van 'wakker' volgen de gebruikelijke regels voor de trap van vergelijking.
  • usage:'Wakker' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand niet slaapt.