🇬🇧

Warmen

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'warmen' betekent het verhogen van de temperatuur van iets of iemand. Het kan zowel letterlijk (bijv. eten, een kamer) als figuurlijk (bijv. een hart) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik warm de melk voor de koffie.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de soep al gewarmd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Warm de oven voor het brood!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij warmde de kamer met de kachel.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.