Wedden
Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk, regelmatig (met uitzondering van de verleden tijd en aanvoegende wijs)
Het werkwoord 'wedden' wordt vaak gebruikt in contexten van gokken, weddenschappen of het uitspreken van vertrouwen in een bepaalde uitkomst.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik wed dat het morgen gaat regenen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren op het verkeerde paard gewed.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wedden dat ik sneller ben dan jij?
tegenwoordige tijd, vragend
Als hij niet wedde, zou hij minder geld verliezen.
onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijk
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.