Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord (heeft een lijdend voorwerp nodig)
Kan zowel letterlijk (fysiek iets of iemand wegsturen) als figuurlijk (zorgen, gedachten wegsturen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik jaag de muggen elke avond weg.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de inbreker weggejaagd voordat de politie arriveerde.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij jaagden de honden weg toen ze te dichtbij kwamen.
verleden tijd, aantonende wijs
Jaag die gedachten weg en focus op je werk!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat hij zijn angsten wegjage.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.