NEDERLANDS
🇬🇧

Werkloos

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'werkloos' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'werkloze'. Bijvoorbeeld: 'de werkloze vrouw' of 'een werkloze man'. Dit geldt voor zowel de- als het-woorden. Als je het adjectief alleen gebruikt, zonder zelfstandig naamwoord, dan blijft het 'werkloos': 'Werkloos zijn is moeilijk.'

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'werkloos'. Bijvoorbeeld: 'Hij is werkloos' of 'Zij wordt werkloos'. Het verandert hier niet.

Comparative

Om te zeggen dat iets of iemand meer werkloos is dan iets of iemand anders, gebruik je 'werklozer'. Bijvoorbeeld: 'Er zijn nu werklozer mensen dan vorig jaar'. Als je een vergelijking maakt, gebruik je 'werklozer dan': 'Hij is werklozer dan zijn vriend.'

Base form
With "dan"

Superlative

Om te zeggen dat iets of iemand het meest werkloos is, gebruik je 'werkloost' of 'werklooste'. Bijvoorbeeld: 'Hij is het werkloost van allemaal' (na 'zijn') of 'de werklooste persoon' (vóór een zelfstandig naamwoord). Let op de extra 't' in de overtreffende trap!

Attributive
Predicative

Important notes

  • spelling:In de overtreffende trap krijgt 'werkloos' een 't' aan het eind: 'werkloost'. Dit is een uitzondering op de normale regel voor adjectieven die op -s eindigen.
  • usage:'Werkloos' wordt vaak gebruikt om een situatie te beschrijven waarin iemand geen betaald werk heeft, maar wel actief op zoek is naar een baan.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.