(kalender, weer)
In de winter is het vaak koud en donker in Nederland.
Deze winter heeft het veel gesneeuwd in het oosten van het land.
De winter is begonnen.
Het is een strenge winter dit jaar, de sloten zijn bevroren.
Vorige winter was het bijna niet koud genoeg om te schaatsen.
We hebben een zachte winter gehad, met weinig sneeuw en nauwelijks vorst.
Pff, wat een winter, ik ben er klaar mee.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(vakantie, verblijf)
We gaan elke winter naar de bergen om te skiën.
Zij brengt de winter door in Spanje omdat ze de kou niet kan verdragen.
Veel Nederlanders overwinteren in de winter in Zuid-Europa.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.