NEDERLANDS
🇬🇧

Wisselen

VerbA1

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'wisselen' kan zowel fysieke als abstracte uitwisselingen beschrijven, zoals het wisselen van geld, plaatsen, of meningen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik wissel mijn geld voordat ik op vakantie ga.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je al je boeken met je broer gewisseld?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wissel jij van plaats met mij?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij van mening wissele, zou het project sneller af zijn.

    onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.