(een witte auto, witte wolken, wit papier)
De sneeuw is wit en koud buiten.
Zij draagt een witte jurk naar de bruiloft.
De muur is wit geverfd.
Ik hou van witte bloemen in de lente.
De schilder heeft het plafond nog witter gemaakt dan de muren.
(wit wegtrekken, wit van angst)
Hij werd wit toen hij het slechte nieuws hoorde.
Na een uur in de kou zag ze helemaal wit.
Na het ongeluk trok ze helemaal wit weg.
Hij werd wit van angst toen hij de slang zag.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.