(een dag van de week noemen)
Volgende week woensdag heb ik een afspraak bij de tandarts.
De woensdag is voor veel kinderen een korte schooldag.
Vandaag is het woensdag.
Elke woensdag gaan we samen sporten in het park.
Vorige woensdag was ik nog ziek thuis.
We hebben de vergadering naar volgende woensdag verplaatst.
Aswoensdag valt dit jaar in februari.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.