NEDERLANDS
🇬🇧

Zaaien

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'zaaien' wordt vaak gebruikt in de context van tuinieren, landbouw of metaforisch voor het planten van ideeën of gevoelens.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik zaai elke lente nieuwe bloemen in mijn tuin.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gisteren al het graan gezaaid.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zaai jij de zaden vandaag?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Als ik meer tijd had, zou ik meer groenten zaaien.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs

  • Het is belangrijk dat je de zaden op tijd zaait.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.