(bij verkoudheid of tranen)
Ik ben verkouden, heb jij een zakdoek voor me?
Hij haalde een witte zakdoek uit zijn broekzak en snoot zijn neus.
Pak even een zakdoek, je neus loopt.
Oma bewaarde altijd een gestreken zakdoek in haar handtas.
Hij heeft zijn zakdoek in de was gedaan.
Het kind kreeg een schoon zakdoekje mee naar school.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.